Over hoop, wachten en het moment waarop je lichaam niet meer zwijgt.
Soms lijkt je leven van buitenaf perfect normaal. En toch voel je het. Niet in je hoofd, maar in je lichaam.
Deze blog gaat over wachten dat geen rust brengt. Over hoop die zwaar wordt. En over het moment waarop je lichaam iets weet, dat je hoofd nog probeert te begrijpen.

Je weet wel, er zijn weken waarin je leven er van buitenaf normaal uitziet. Je staat op. Je werkt. Je wandelt. Je maakt plannen. Je antwoordt berichten. Je doet wat er van je verwacht wordt.
En toch voel je het. Niet als drama. Maar als iets dat knelt.

Alsof je borst net iets te strak zit. Alsof je adem niet helemaal zakt. Alsof je lichaam blijft wachten, ook wanneer jij verder gaat.

Ik merkte het ’s ochtends vroeg. Wakker zijn zonder reden. Mijn hoofd rustig, maar mijn lichaam alert. Mijn telefoon niet eens vastnemen, maar wel voelen waar hij ligt. Ik merkte het wanneer ik afspraken uitstelde. Niet bewust. Meer zo: “Ik kijk later wel.” Alsof mijn agenda open moest blijven voor iets dat misschien zou komen.
En ik merkte het aan de tranen. Die prikten achter mijn ogen. Bijtend. Maar ik liet ze niet toe. Want dan kwam de paniek.

Is dit mijn ongeduld? Is dit mijn hechting die opspeelt? Zijn dit oude patronen die weer in gang schieten?
Wat als ik te snel opgeef? Wat als iets echts tijd nodig heeft? Wat als vertrouwen alleen groeit wanneer je blijft?

Die vragen zijn verraderlijk. Omdat ze slim klinken. Omdat ze rationeel lijken. Omdat ze je doen twijfelen aan jezelf, precies op het moment dat je lichaam duidelijk wordt.

Ik begon mezelf te onderzoeken. Te analyseren. Te nuanceren.

Misschien moet ik gewoon rustiger zijn. Misschien is wachten ook een vorm van liefde. Misschien ben ik degene die niet kan verdragen dat iets traag groeit.

En toch… mijn lichaam bleef reageren. Mijn schouders bleven hoog. Mijn maag trok samen. Mijn slaap werd lichter. Mijn energie verschoof. Dat is het moment waarop ik iets belangrijks begon te begrijpen: Niet alles wat traag is, vraagt om geduld. En niet elke onrust betekent dat je moet blijven.

Soms is de vraag niet: Ben ik ongeduldig? Maar: Word ik hier groter of kleiner?

Timing is geen detail. Resonantie ook niet.

Je kan twee mensen hebben die elkaar echt voelen maar zich in een andere levensfase, situatie of energie bevinden. In een ander ritme. Met een andere mate van beschikbaarheid.

Dat betekent niet dat het gevoel niet echt is. Maar het betekent wel dat het niet gedragen wordt.
En je lichaam weet dat. Het weet wanneer iets langzaam groeit. En het weet wanneer iets je langzaam verstikt. Het verschil zit niet in tijd. Het zit in ruimte. Voel je ruimte terwijl je wacht? Of span je jezelf steeds een beetje meer op?

Zelfrespect voelt dan niet als een grote beslissing. Het voelt als een stille verschuiving. Het moment waarop je denkt: Ik wil niet langer leven in afwachting. Ik wil niet kleiner worden om iets mogelijk te houden. Ik wil ademen.

Dat moment komt niet uit je hoofd. Het komt uit je lichaam.

Hoop is niet verkeerd. Maar hoop wordt zwaar wanneer ze je vasthoudt in plaats van je vooruit laat bewegen. Ik heb geleerd dat hoop ook iets anders kan zijn. Hoop kan zijn: dat je blijft voelen, maar stopt met wachten. Dat je je leven weer vastneemt. Dat je plannen maakt. Dat je beweegt, ook al schuurt het.

Dat je denkt: Als het klopt, zal het mij vinden terwijl ik leef.

Dat is geen afsluiten. Dat is een diepere vorm van vertrouwen.

Het moment waarop ik opnieuw begon te bewegen, voelde niet bevrijdend. Het voelde kwetsbaar. Maar ook stevig. Alsof mijn voeten opnieuw grond raakten.

Ik heb geleerd dat mezelf terughalen geen verlies is. Het is thuiskomen. Niet harder. Niet kouder. Maar eerlijker.
En misschien is dat wel de meest volwassen vorm van hoop: dat je gelooft in verbinding zonder jezelf te verlaten. Dat je open blijft en aanwezig. En dat wat echt kan blijven je niet vraagt om te wachten, maar om te leven.

Wanneer je heel eerlijk naar je lichaam luistert: geeft wachten je ruimte… of neemt het je adem weg?

Als dit verhaal iets in jou raakt, dan is dat geen teken dat je het fout doet. Het is vaak het teken dat je op de grens staat tussen blijven en verdergaan en dat die grens niet in je hoofd ligt, maar in je lichaam. Je hoeft die lijn niet perfect te kennen. Je hoeft haar alleen serieus te nemen.

0 Comments

Leave a Comment