Wanneer het leven tegelijk breekt en begint: over verlies, adem, dieren en thuiskomen.
Er zijn van die weken waarin het leven niet netjes opvolgt wat je van het leven vraagt. Weken waarin niets lineair loopt, waarin rouw en vreugde elkaar afwisselen als ademhalingen, waarin je lichaam het tempo bepaalt omdat je hoofd het niet meer weet.

Je kent die weken. Misschien leef jij er nu één. Ik leefde er de laatste tijd meerdere.

Ze begonnen met verlies, een soort verlies waar geen ritueel tegen bestand is. Het lichaam dat altijd naast het mijne lag, lag er niet meer. De stilte die achterbleef, was geen rust. Het was een echo. Een leegte die niet schreeuwde, maar droeg. Onverbiddelijk. Onzichtbaar. Maar voelbaar tot in mijn botten.

En net toen ik dacht: “Laat me even met rust, wereld.”, gaf het leven mij een pup in de schoot. Een krolletje adem, vier pootjes die verder liepen op mijn hart nog voor ik het zelf durfde. Een hondje dat mij terugbracht naar het hier, niet via woorden, maar via rust. Echte rust. De soort rust die je niet bedenkt, maar voelt. Zoals een warm licht dat je niet aansteekt, maar waarvan je alleen maar merkt dat het er plots is.

Ik noemde haar niet. Wafou & Django noemde haar. En ik luisterde.

De heling kwam niet uit een plan. Ze kwam in de vorm van een klein lijfje. Ze leerde mij meer dan eender welke therapeut de laatste tien jaar:
– hoe veiligheid voelt zonder dat iemand het zegt
– hoe je zenuwstelsel ontspant wanneer je gezien wordt zonder taal
– hoe hechting eenvoudig kan zijn wanneer niemand aan je trekt
– hoe liefde stil kan zijn, maar toch stevig

“Ze volgt jou niet,” zei iemand onlangs. “Ze verankert zich in jou.”

Misschien had ik dat nodig: een levende herinnering dat ik niets hoef te worden om waard te zijn. Ik adem en ik ben genoeg. Maar wat ik niet wist, was dat de echte verschuiving al begonnen was nog voor zij in mijn leven stapte.

De woestijn had mij al ontkleed nog voor ik thuis was. Er is een manier waarop woestijnen kijken. Alsof ze geen geduld hebben voor wie je probeert te zijn. Alleen interesse in wie je bent wanneer alle lagen van je vallen.

Ik ontmoette haar daar: Jasmina. Een zwarte Arabische merrie met een blik die mijn hart sneller zag dan ik zelf kon. Ze droeg mij alsof ze wist dat ik iets moest afleggen dat niets te maken had met afstand of met tijd.

In de eindeloze stilte van zand en lucht verdwenen mijn verhalen. Mijn chronologie. Mijn verantwoording. Mijn rouw. Mijn verleden. Mijn toekomst. Er bleef alleen ritme over. Haar ritme. Mijn adem. Een cadans die mijn lichaam wakker maakte zoals geen mens dat kon.

We reden dagenlang over landschappen waar denken zinloos was. Waar ik moest voelen. Moest ademen. Moest zakken in mezelf. En ergens, tussen de galop en de horizon, werd het mij helder: Ik was niet kapot. Ik leefde in de verkeerde snelheid.

De woestijn is traag en snel tegelijk, precies zoals ik. Daar, onder die meedogenloze zon, verstond ik eindelijk dat het leven niet vraagt om sterk te zijn, maar om aanwezig te zijn. Niet rennen. Niet fixen. Niet pleasen. Niet duwen. Niet streven naar wat niet van jou is. Maar weten: Waar ben ik? Wat voel ik? Welke wind beweegt vandaag door mij heen?

De woestijn gaf geen antwoorden. Ze gaf richting.

En Jasmina? Zij gaf vertrouwen. Ze versnelde niet wanneer ik bang was. Ze vertraagde niet wanneer ik twijfelde. Ze droeg mij in exact dat midden waar je weet: Hier ben ik veilig. Hier ben ik waar ik moet zijn.

En toen kwam Lola, alsof mijn lichaam al voorbereid was.

Toen ik thuiskwam, was mijn hart nog stoffig van de woestijn, maar mijn zenuwstelsel was zacht. Open. Breekbaar. Beschikbaar. En net in die porie van kwetsbaarheid, kwam zij binnen, een pup die niet alleen mijn huis vulde, maar de ruimte in mij die stil stond sinds het verlies.

Ze vroeg niets. Ze zocht niets. Ze duwde niet. Ze vulde niet. Ze was gewoon. En dat was genoeg om opnieuw mens te worden.

Ze bracht mij terug naar eenvoud:
– een ademhaling die synchroniseert
– een lichaam dat ontspant wanneer zij slaapt
– een hart dat beweegt zonder angst
– een ritme dat geen inspanning vraagt
– een verbinding die niets kost en alles geeft

Wat de woestijn losmaakte, verankerde zij.

Waar Jasmina mij openreed, repareerde Lola mij zacht. Waar de woestijn mij ontkleedde, geeft Lola mij nieuw vel. Waar ik in galop losliet, leerde ik in donutvorm opnieuw landen.

Misschien is dit hoe het leven werkt wanneer je eindelijk durft luisteren. Niet in grote verklaringen. Niet in perfecte planningen. Niet in lineaire vooruitgang. Maar in breuklijnen. In stiltes. In onverwachte ontmoetingen. In dieren die jouw lichaam sneller begrijpen dan jijzelf. In momenten waarop je bloedt en groeit en ademt in één enkele dag.

Misschien moet je soms verliezen om terug te vinden.
Misschien moet je soms galopperen om stil te vallen.
Misschien moet je soms thuiskomen bij een pup om te begrijpen dat je zelf al die tijd het huis was.

Ik weet niet waar ik naartoe ga. Maar ik weet dit: Ik ben een vrouw die opnieuw leert ademen. Die zich opnieuw laat dragen. Die durft vertragen. Die durft openen. Die durft ontvangen. Die durft leven in de snelheid die van haar is.

En alles begon in het zand, op een merrie die Jasmina heet en in de ogen van een pup die mij zonder woorden vertelde: Je bent genoeg. Je bent hier. En je mag opnieuw beginnen.

Als jij terugkijkt op jouw voorbije weken: waar voelde jij een kleine verschuiving, een ademhaling die anders klonk, een moment waarop je even thuiskwam in jezelf?

0 Comments

Leave a Comment