Wat de rook mij nu pas stilaan vertelt.
Ik had niet gedacht dat ik hier tweeënhalve maand later nog altijd zo middenin zou zitten.

Ergens dacht ik na die eerste weken waarschijnlijk dat het ergste dan wel voorbij zou zijn. We waren eruit met vier en we leefden. Er was opvang, er waren mensen, verzekeringen en experten en dus zou alles vanaf daar wel stap voor stap geregeld worden.

Wat naïef eigenlijk. Want de brand zelf duurde één dag. Wat een brand daarna met je leven doet, daar blijkt geen einduur op te staan.

Mijn vorige blog schreef ik 25 dagen na de rook. Ondertussen hebben we bij mijn zus gewoond, in een hotel gezeten, opnieuw verhuisd en wonen we in een tijdelijk appartement. Ik ben terug aan het coachen, ik maak weer dingen en heb opnieuw ideeën. Soms herken ik mezelf zelfs weer helemaal en denk ik: kijk, daar ben je.

En dan gaat er ergens een zak open en komt die geur eruit.

Ik kan ze nog altijd niet goed beschrijven. Rook, roet, water, verbrand materiaal en iets chemisch dat overal in lijkt te zijn gekropen. In stoffen, hout, papier, muren en kasten. Zelfs in dingen waarvan je op het eerste gezicht denkt dat er niets mee aan de hand is. Mijn neus en keel beginnen te prikken en mijn maag reageert nog voor mijn hoofd beseft wat er gebeurt.

Blijkbaar geldt dat ook voor Lola. Ze is nog altijd mijn kleine Queen of Kisses, met haar streken en haar zeer uitgesproken mening over hoe deze wereld georganiseerd hoort te worden, maar ze is banger geworden. Ze schrikt sneller en zoekt meer bevestiging. In het begin brak mijn hart daar telkens een beetje van. Zij begrijpt natuurlijk niets van brandverzekeringen, expertises of waarom haar wereld op korte tijd verschillende keren veranderde. Haar thuis was gewoon weg en daarna moest ze telkens met ons mee naar de volgende plek.

Gelukkig zie ik haar stilaan terugkomen. Ze speelt weer, doet ondeugende dingen en kan opnieuw helemaal languit liggen slapen. Ze kijkt me ook weer vaker aan met die blik van human, regel dit even voor mij, alsof het volstrekt vanzelfsprekend is dat ik de wereld naar haar wensen plooi.
En telkens wanneer ik dat zie, denk ik: goed zo meisje, we komen er wel.

Waarschijnlijk zeg ik dat even hard tegen mezelf.

Want ook ik ben nog aan het terugkomen en dat gaat absoluut niet in een mooie stijgende lijn. Er zijn dagen waarop ik coach, schrijf, lach en opnieuw mogelijkheden zie. En er zijn dagen waarop ik moe wakker word nog voor er iets gebeurd is, waarop één mail van een expert genoeg is om alles weer zwaar te maken en waarop ik mijn appartement mis op een manier die bijna fysiek pijn doet.

Mijn en Lola's thuis.

Ik voel pas de laatste weken hoeveel rouw daarin zit. Ons appartement was niet perfect voor iedereen, maar het was perfect voor ons. Mijn sister-by-choice twee verdiepingen lager met Peanut, dicht genoeg om bij elkaar binnen te vallen en tegelijk allebei onze eigen deur en ons eigen leven.

Ik hield van mijn appartement. Van mijn zetel, mijn uitzicht, hoe het licht binnenviel, mijn kleine routines en Lola die precies wist waar ze wilde liggen. Van al die gewone dingen waarin herinneringen zitten die niemand anders kan zien en die financieel soms amper iets waard zijn.

Op de ochtend van 1 juli was dat er allemaal nog. Een paar uur later was onze thuis een lege huls. Dat krijg ik nog altijd moeilijk bij elkaar in mijn hoofd. Een thuis wordt zo snel vanzelfsprekend, zelfs al woonde ik er nog maar anderhalf jaar. Je komt binnen, gooit je tas neer, doet je schoenen uit en gaat verder met je avond. Je denkt daar niet bij na.
Tot je er plots niet meer binnen mag. Of alleen nog met toestemming, bescherming, experten en een beperkte tijd. En dan lopen andere mensen door de plek waar jij leefde en kijken ze ernaar als een dossier.

Ik begrijp dat dat hun werk is. Een verzekeringsmaatschappij heeft bewijs nodig, schade moet vastgesteld worden en uiteindelijk moet overal een bedrag op komen. Ik verwacht ook helemaal niet dat iemand die mijn dossier behandelt dezelfde emotionele band heeft met mijn spullen als ik.

Maar soms zou ik willen dat ze één minuut konden voelen wat wij voelen. Voor hen staan daar zakken met stinkende spullen. Voor ons zit ons leven daarin. Iemand haalt iets boven, kijkt ernaar, beslist of het nog bruikbaar is en legt het weer weg of gooit het zonder veel omkijken in een doos. Praktisch gezien is het materiaal dat beoordeeld en gesorteerd moet worden.

Alleen sta ik daarnaast soms te denken: wacht even, dat is van mij. Daar heb ik voor gewerkt of dat heb ik ooit zorgvuldig gekozen. Een cadeau van iemand dat ik of Lola kreeg. Daar zit een herinnering aan die jij natuurlijk niet kunt zien. Sommige dingen kan ik morgen opnieuw kopen, andere nooit meer.

Er is tijdens zo'n expertise geen tijd voor al die verhalen. Dat begrijp ik, maar precies daar schuurt het zo hard. Wat voor jou een thuis en een opgebouwd leven was, verandert voor iemand anders heel snel in een optelsom van beschadigde goederen.

En dan zijn er de discussies over wat nog "in orde" isDat blijft iets heel vreemds. Je staat in een gebouw waar de geur van vuur en rook nog zo aanwezig is dat mensen er zelf zo snel mogelijk weer buiten willen. Eenmaal buiten wordt gezegd hoe verschrikkelijk het er nog stinkt. Niemand zou er vrijwillig zijn jas een weekend laten hangen. Maar iets uit jouw appartement kan ondertussen wel als "in orde" worden beschouwd.

Dan denk ik: wat betekent dat eigenlijk? Zou jij het meenemen naar je eigen thuis? Het in je slaapkamer leggen of tussen je eigen kleren hangen die, laat ons hopen, nog gewoon fris ruiken? Ik heb het daar moeilijk mee. Niet omdat ik denk dat al die mensen onmenselijk zijn, maar omdat een systeem heel onmenselijk kan aanvoelen wanneer jouw thuis erin moet passen.

Zij doen hun expertise en rijden daarna terug naar huis. En ik bedoel dat niet cynisch. Ik hoop oprecht dat ze thuiskomen, hun jas ophangen, eten maken en op hun eigen zetel gaan zitten tussen de spullen die nog precies staan waar ze ze die ochtend hebben achtergelaten. Alleen blijven wij achter met de vraag wat er van onze thuis nog over is en wat anderen uiteindelijk zullen beslissen dat daarvan hersteld, gereinigd, vergoed of afgeschreven wordt.

En ergens tussen al die onzekerheid zit nog altijd de hoop dat we terug kunnen. Ik wil terug naar mijn thuis. Tegelijk weet ik niet of die thuis voor mij en Lola nog bestaat. De muren kunnen opnieuw geschilderd worden, vloeren vervangen en spullen gereinigd of opnieuw gekocht. Maar kan ik daar straks met Lola binnenstappen en opnieuw gewoon thuis zijn?
Ik weet het niet. Ik wil vooral de kans krijgen om dat zelf te ontdekken, samen met Lola.

Want wat is eigenlijk de dagwaarde van een thuis? Waar zet je op een afpuntlijst dat je 's morgens nog alles had wat je nodig had en 's avonds niet meer wist waar je zou slapen? Zo werkt een verzekering niet, dat weet ik. Maar rouw werkt blijkbaar ook niet volgens een Excelbestand en die twee werelden komen elkaar nu bijna dagelijks tegen.

Misschien ben ik daarom soms zo moe. Ik ben niet alleen praktische schade aan het regelen. Ik ben tegelijk aan het rouwen, opnieuw beginnen, voor Lola zorgen, leren samenleven in een situatie die we nooit gekozen hebben en mijn leven weer proberen vast te pakken.

En dat laatste gebeurt ondertussen ook.

Ik kan 's morgens huilen en een paar uur later denken: kom, we gaan iets doen. Dan zet ik mijn laptop open, schrijf ik of stort ik me op iets voor Lola. Op haar eerste verjaardag maakte ik @lolaqueenofkisses en merkte ik hoeveel plezier het mij gaf om opnieuw gewoon iets te creëren omdat ik daar zin in had.

Ik had deze 'brand'-ervaring trouwens graag overgeslagen. Ik hoef er geen mooie levensles van te maken om te weten dat ze mij verandert. Ik heb ondertussen al behoorlijk wat kantelpunten gekend in mijn leven. Een scheiding, plots zonder werk vallen, seksuele en fysieke mishandeling, een toxische relatie, een narcist, advocaten en rechtszaken... Niet bepaald de bingo-kaart die ik ooit voor mezelf had uitgekozen. En toch heb ik mezelf na elk van die periodes opnieuw bij elkaar geraapt en op een bepaalde manier ook heruitgevonden. Soms met veel vallen en opstaan, soms koppig en waarschijnlijk niet altijd even verstandig, maar er was altijd ergens iets waar ik zelf naar kon kijken. Keuzes die ik had gemaakt, grenzen die ik niet had getrokken, signalen die ik te lang had genegeerd of dingen die ik achteraf anders zou aanpakken.

Met vuur is dat anders.

Daar valt voor mij niets terug te zoeken. Geen beslissing die ik anders had moeten nemen, geen grens die ik eerder had moeten trekken en geen afslag waar ik verkeerd ben gereden. Wij waren gewoon thuis. Een paar uur later was die thuis weg. Een natuurkracht vraagt niet of je klaar bent, geeft geen signalen waar je achteraf nog betekenis aan kunt geven en laat je ook niet de illusie dat je het had kunnen voorkomen. Je hebt er geen verantwoordelijkheid in en toch krijg je daarna wel het hele gevolg ervan in je handen.

Dat maakt dit kantelpunt voor mij anders dan alle vorige. Ik weet ondertussen dat ik mezelf opnieuw kan uitvinden. Dat heb ik vaak genoeg bewezen. Alleen moet ik deze keer ook leren leven met het besef dat sommige dingen je overkomen zonder dat je daar iets mee te maken had. En dat vind ik, voor iemand die altijd wil begrijpen om verder te kunnen, verdomd moeilijk.

Ik kijk anders naar mensen, maar ook naar spullen. Niet omdat spullen ineens minder belangrijk zijn geworden. Eigenlijk begrijp ik nu beter waarom sommige spullen juist zoveel betekenen. Niet door wat ze kosten, maar omdat wij er ongemerkt stukken van ons leven in achterlaten. Een huis wordt een thuis omdat jouw leven er laag na laag in kruipt. Misschien komt het daarom zo hard binnen wanneer iemand achteloos omgaat met iets wat voor jou belangrijk was. Die ander ziet een voorwerp. Jij ziet het verhaal dat eraan vasthangt.

Ondertussen zoeken mijn sister-by-choice en ik onze weg in een appartement waarvan we ooit gezworen hadden dat we nooit samen in zo'n setting zouden wonen. Soms gaat dat verrassend goed en soms kibbelen we, om daarna gelukkig ook weer te kunnen lachen. Eigenlijk doen we wat we nu al maanden doen. We zoeken, proberen, vallen soms terug en gaan daarna toch weer verder.

En heel stilletjes merk ik dat mijn blik opnieuw verder begint te reiken dan de volgende expertise. Mijn agenda bevat weer dingen die niets met de brand te maken hebben. Er zijn opnieuw ideeën waar ik 's avonds aan denk omdat ik er enthousiast van word, in plaats van omdat een verzekeringsmaatschappij de volgende ochtend een antwoord nodig heeft.

Daar herken ik ineens ook heel sterk mijn eigen werk in.

Ik sta zo vaak naast mensen op dat vreemde moment waarop het oude leven niet meer vanzelfsprekend is en het nieuwe nog niet klaarstaat. Je weet nog niet precies waar je uitkomt en hebt zeker niet alle antwoorden, maar ergens weet je wel dat blijven staan waar je staat ook niet meer lukt.

Ik heb daar zelf vandaag geen perfect stappenplan voor. Ik zou mezelf niet geloven als ik er nu eentje schreef.

Soms is vooruitgaan voor mij momenteel gewoon zien dat Lola volledig ontspannen naast mij ligt te slapen. Een klantgesprek voeren en achteraf voelen hoeveel ik dit werk gemist heb. Iets maken en de tijd vergeten. Of 's morgens wakker worden en pas na een tijdje beseffen dat de brand niet mijn eerste gedachte was.

Voor de buitenwereld zijn dat waarschijnlijk heel gewone dingen. Voor mij zijn ze op dit moment groot.

Ik weet nog niet hoe dit verhaal eindigt. Ik weet niet wat er met ons appartement gebeurt, wat de verzekeringen uiteindelijk zullen beslissen of welke spullen we nog terugzien. Ik weet zelfs niet of ik ooit iets dat naar die rook ruikt zal kunnen vastpakken zonder dat mijn maag eerst reageert. Wat ik wel merk, is dat ik opnieuw aan het leven ben, met de donkere dagen en het verdriet er gewoon nog bij.

Er staat ondertussen ergens anders een mand van Lola en Peanut. Hun speelgoed ligt weer op de grond en tussen alles wat we nog missen worden alweer nieuwe herinneringen gemaakt.

Dat is een vreemd gegeven. Je kunt volop rouwen om een leven dat er niet meer is en ondertussen toch alweer een volgend stuk leven aan het maken zijn. Ik dacht eerst dat ik moest wachten tot ik hier "door" was om echt terug te beginnen.

Maar wij zitten nog midden in dit verhaal. En ondertussen zijn we al opnieuw begonnen.
Allebei zijn waar.

En als je naar jouw leven kijkt? Wat voel je dan?

Want soms kiest een kantelpunt jou, soms voel je zelf al langer dat je leven niet meer klopt. Wat de aanleiding ook is, ergens komt het moment waarop je opnieuw moet kijken naar wat er nu voor je ligt en hoe je verder wilt. Dat is ook waar ik mensen in mijn begeleiding bij help: niet om hun leven opnieuw vanaf nul op te bouwen, maar om vanuit alles wat er al is opnieuw richting te vinden.

0 Comments

Leave a Comment